Papiamentu op het witte doek

Het Nederlands Film Festival van dit jaar opende met Buladó; een film in het Papiamentu! Buladó (vliegende vis) van regisseur Eché Janga is volledig gedraaid op dushi Curaçao. Dit keer geen beelden van parelwitte stranden die we in bijna alle films over Curaçao voorbij zien komen, ook geen Mambo Beach of Handelskade, maar het prachtige Bándabou in volle glorie. Janga, die het script met Esther Duysker schreef, won met Buladó de Gouden Kalf voor beste film van 2020.

Op een groot terrein in Bándabou, in een nederig huisje te midden van autowrakken woont de elfjarige Kenza (Tiara Richards) met haar vader Ouira en padushi Weljo. De vader en opa, die beiden totaal andere werelden vertegenwoordigen, botsen regelmatig. Ouira (gespeeld door Everon Jackson Hooi van GTST) is politieagent en vooral heel nuchter en rationeel, erg verwesterd en wil graag dat Kenza Nederlands spreekt. De opa (gespeeld door Felix de Rooy kunstenaar en regissseur die ook films in het Papiamentu maakte) is daarentegen spiritueel, sterk verbonden met zijn antepasadonan, zijn voorouders, de oorspronkelijke bewoners van het eiland en spreekt Papiamentu met zijn kleindochter. Weljo leeft op zijn eigen manier, wachtende tot hij deze wereld kan verlaten om zich te herenigen met zijn antepasadonan. Ouira moet niks hebben van de geesten en tradities waar Weljo in gelooft. Kenza zit tussen deze twee in, ze worstelt met wat haar vader van haar verwacht en de vrijheid die ze van haar opa krijgt, en tegelijkertijd probeert ze het verdriet van haar overleden moeder een plekje te geven.

Buladó vertelt een bijzonder verhaal vol emoties, cultuur, spiritualiteit en natuur. Het feit dat er grotendeels Papiamentu wordt gesproken maakt de film extra bijzonder en puur. Het raakt je.

Bai wak e, ga het zien!